
Hoe je je infraroodverwarmers langzaam kunt laten werken
Als je infraroodverwarmers buiten plaatst of op een vochtige plek, is het niet de hitte die je moet vrezen. Het zijn juist de vochtigheid en vuil.
De meeste standaardlampen gaan veel te vroeg kapot. Waarom? Omdat wat condensatie of waterdruppels op de extreem hete kwartsbuis terechtkomen. Dat zorgt voor thermische schokken. Of nog erger: de elektrische contactpunten rotten weg door de vochtigheid. Het is een nachtmerrie.
Hoe je druppels en mist kunt voorkomen
We lossen dit op door alles goed af te sluiten. We gebruiken een waterdicht behuizing zodat regen of reinigingsmiddelen niet rechtstreeks op de lamp terechtkomen. Het gaat om de kleine details: siliconendoppen en behuizingen die precies zo zijn ontworpen dat water wordt tegengehouden.
Dan is er nog de mist. Weet je die mist die ontstaat wanneer koude, vochtige lucht in contact komt met een hete verwarmer? Die mist belemmert niet alleen de warmteoverdracht, maar kan zelfs leiden tot elektrische kortsluitingen.
Om dit op te lossen, passen we de luchtcirculatie aan. We ontwerpen de behuizing zodat de lens en de bescherming op een temperatuur blijven die hoger is dan het dauwpunt. Geen condensatie, geen mist, geen problemen.
Het probleem: Hitte versus lucht
Het probleem is dat wanneer je een apparaat goed afsluit om water tegen te houden, je ook de hitte binnenhoudt. Het wordt erg heet. Echt erg heet.
Als je niet voorzichtig bent, kan de isolatie erin smelten. Daarom gebruiken we geen goedkope draden. In plaats daarvan gebruiken we draden van hoogtemperatuurfluoropolymeer, die de hitte kunnen weerstaan zonder te breken.
Waarom dit belangrijk is
Uiteindelijk voorkomt dit twee grote problemen: gescheurde buizen en roestige contactpunten.
Door de elektronica droog en het glas helder te houden, hoef je de onderdelen niet elke paar maanden te vervangen. Je hebt dan een verwarmer die bestand is tegen regen of vochtige lucht, zonder dat deze kortsluit of breekt zodra er koude waterdruppels op terechtkomen.